Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022
Onder 3.58 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:549.
Het hof heeft het betoog van India aldus begrepen dat het scheidsgerecht zich niet aan de terughoudende toetsingsmaatstaf heeft gehouden, doordat het uiteindelijk zelf heeft beslist dat voor de bescherming van de ‘essential security interests’ van India niet het volledige S-bandspectrum nodig was (rov. 5.26). Deze samenvatting van het betoog van India geeft geen blijk van een onbegrijpelijke of te beperkte uitleg van de stellingen van India. De stelling – zoals geformuleerd door het hof – dat het scheidsgerecht zelf heeft beslist dat voor de bescherming van de ‘essential security interests’ van India niet het volledige S-bandspectrum nodig was, wijkt inhoudelijk niet wezenlijk af van de stelling dat het scheidsgerecht het S-bandspectrum naar redelijkheid heeft gealloceerd en tot het oordeel is gekomen dat niet meer dan 60% nodig zou zijn voor ‘essential security interests’. India heeft haar betoog zelf geduid als dat het scheidsgerecht niet had mogen oordelen dat 60% van het S-bandspectrum was gericht op de bescherming van ‘essential security interests’ en dat de volle toetsing van het scheidsgerecht ‘heeft bijgedragen aan de 60-40% verdeling’. Deze stellingen zijn zeer nauw verwant aan de stelling dat het scheidsgerecht ten onrechte zelf heeft beslist dat voor de bescherming van India’s ‘essential security interests’ niet het volledige S-bandspectrum nodig was. Bovendien kunnen deze stellingen niet tot een ander oordeel leiden over de vraag of het scheidsgerecht de juiste beoordelingsmaatstaf heeft aangelegd. In cassatie staat onbestreden vast dat uit de overwegingen van het scheidsgerecht blijkt dat het scheidsgerecht een terughoudende toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd (rov. 5.25), dat het scheidsgerecht rekening heeft gehouden met de discretionaire bevoegdheid (‘wide measure of deference’) van India door zware eisen te stellen aan het verweer van Devas c.s. (rov. 5.28) en dat het scheidsgerecht bij de vaststelling naar redelijkheid van het deel van het S-bandspectrum dat bestemd is voor de bescherming van ‘national security interests’ zich heeft laten leiden door de ‘regelen des rechts’ en niet door een andere beslissingsmaatstaf, zoals ex aequo et bono (rov. 5.29). De klacht faalt dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef562a8ea5570ec1af681cb643fd1eaeca65784728d1fc98aff95223f7a56456. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef562a8ea5570ec1af681cb643fd1eaeca65784728d1fc98aff95223f7a56456, en de alinea staat in dat document op bytes 94018 tot 96337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef562a8ea5570ec1af681cb643fd1eaeca65784728d1fc98aff95223f7a56456 | shasum -a 256