Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022

Onder 4.58 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:551.

Verder klagen M.E. Beheer c.s. in randnummer 4.4 dat het onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is dat het hof heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat [eiser 2] op enig moment betaling van M.E. Beheer heeft verlangd. Hij heeft dat immers reeds in 1999 gedaan. Om dezelfde reden is het ook onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd dat het hof heeft geoordeeld dat er in 1999 nog geen sprake was van een opeisbare vordering. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat alleen opeisbare vorderingen onderwerp kunnen zijn van een vaststellingsovereenkomst, is dat oordeel volgens M.E. Beheer c.s. onjuist. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat de (vaststellings)overeenkomst van 13 juli 2001 alleen op opeisbare vorderingen ziet, is dat oordeel, gelet op de tekst van de overeenkomst, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/839ea20d777b46080c7725395ff73765d1d93fc8c1e04899298ed5680e5271dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 839ea20d777b46080c7725395ff73765d1d93fc8c1e04899298ed5680e5271dc, en de alinea staat in dat document op bytes 168282 tot 169195.