Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 7.4 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

In de tweede fase kwalificeert de rechter de overeenkomst: voldoet de inhoud van de overeenkomst aan art. 7:610 BW? Daarbij gaat het erom of sprake is van een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt (i) in dienst van de andere partij, de werkgever, (ii) tegen loon (iii) gedurende zekere tijd (iv) arbeid te verrichten. Het valt op dat, anders dan in Groen/Schoevers , de Hoge Raad een gezagsverhouding niet als element benoemt. In plaats daarvan wordt de wettelijke omschrijving, ‘in dienst van de andere partij’, gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 107416 tot 108015.