Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Onder 7.16 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.
Een tweede kanttekening is dat in de uitlegfase niet zozeer van belang is wat er in het schriftelijke contract staat, maar veel meer hoe feitelijk uitvoering is gegeven aan het contract. Ook in dit opzicht zou Haviltex ons op het verkeerde been kunnen zetten; de Haviltex -maatstaf is immers oorspronkelijk ontwikkeld voor de uitleg van een schriftelijk contract (niet zijnde een duurovereenkomst). Het kijken naar de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, sluit wel aan bij rechtspraak van de Hoge Raad, namelijk bij de rechtspraak waarin is geoordeeld dat ook omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat een rechtshandeling is verricht, medebepalend zijn bij de uitleg van die rechtshandeling. Ook in het Groen/Schoevers -arrest is overwogen dat bij de vaststelling van ‘ wat tussen partijen te gelden heeft ’, mede in aanmerking moet worden genomen ‘ de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven ’. Het gaat dus niet alleen om de initiële partijbedoeling, maar ook om de manier waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Overigens heeft er in de rechtspraak van de fiscale kamer van de Hoge Raad bij de kwalificatievraag altijd al meer nadruk gelegen op de feitelijke uitvoering van de overeenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 117814 tot 119665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10 | shasum -a 256