Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 8.9 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

De aanwezigheid van een instructiebevoegdheid van de werkverschaffer is veel minder van belang. Reden daarvoor is dat het criterium ‘instructiebevoegdheid’ onvoldoende onderscheidend vermogen heeft. Ook bij een overeenkomst van opdracht heeft de opdrachtgever namelijk een instructiebevoegdheid ten opzichte van de werker (art. 7:402 lid 1 BW). Wat dat betreft is het jammer dat de Hoge Raad in het recente SIS -arrest (2021) juist heeft benadrukt dat het bij gezagsuitoefening gaat om het moeten naleven van instructies en interne voorschriften van de werkverschaffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 133619 tot 134367.