Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Onder 10.8 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.
In verschillende uitspraken van feitenrechters is de vrijheid om al dan niet arbeid te verrichten beschouwd als een contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Zo oordeelde de kantonrechter Den Haag in 2003 dat een tolk geen arbeidsovereenkomst met de IND had, reeds omdat geen sprake was van een afdwingbare verplichting tot het verrichten van de arbeid: de tolk was niet verplicht om aan een oproep te voldoen en was zelfs bevoegd om een reeds aanvaarde opdracht alsnog af te zeggen. Ook in de Deliveroo I -zaak uit 2018, waarin geen arbeidsovereenkomst werd aangenomen, lijkt het erop dat dat oordeel mede erop is gebaseerd dat sprake is van een vrijheid om wel of niet te werken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 179168 tot 180045.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10 | shasum -a 256