Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 11.7 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

De reikwijdte van het collectief actierecht was in het voorontwerp van het oorspronkelijke art. 3:305a BW beperkt tot vorderingen uit onrechtmatige daad. In het op het voorontwerp volgende wetsvoorstel voor een regeling van de collectieve actie is deze beperking echter losgelaten. Volgens de memorie van toelichting is het antwoord op de vraag of in een concrete situatie een collectieve actie mogelijk en wenselijk is niet afhankelijk van de grondslag van de collectieve vordering, maar van de vraag of de bij die vordering betrokken belangen zijn aan te merken als gelijksoortige belangen die zich lenen voor bundeling (zie onder 11.21 e.v.). Van ‘ parallellen in rechtsposities ’ die een collectief optreden rechtvaardigen kan niet alleen sprake zijn op het gebied van de onrechtmatige daad, maar ook op het terrein van het contractenrecht en daarbuiten, zo vermeldt de memorie van toelichting. Er werd dan ook geen grond gezien om de in het voorontwerp opgenomen beperking te handhaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 185843 tot 187012.