Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 11.8 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

“(…) Dit laatste [dat een contractuele relatie per definitie individueel bepaald is; A-G] kan men echter moeilijk staande houden. In de huidige maatschappij zijn grote groepen gelijkvormige overeenkomsten een normaal verschijnsel als gevolg van de sterk toegenomen standaardisering van het contractrecht door algemene voorwaarden, standaardregelingen als bedoeld in artikel 6:214 BW, en ook op grond van de wet zelf. Dit heeft tot gevolg dat eveneens een normaal verschijnsel is dat een grote groep contractanten identieke, parallel lopende belangen heeft ter zake van de nakoming, de niet-nakoming of de aantasting van dergelijke overeenkomsten. In de memorie van antwoord, p. 10, onder 8, werd reeds het voorbeeld genoemd van een grote groep huurders van éénzelfde verhuurder, zoals een grote woningbouwvereniging. Ook kan worden gedacht aan een grote groep kopers van eenzelfde produkt of aan het hierboven onder Algemeen sub 1 gegeven voorbeeld van een ramp met vele slachtoffers waarvan aan sommige een vordering uit onrechtmatige daad en aan andere een vordering uit overeenkomst toekomt. Ook het huidige recht erkent trouwens de mogelijkheid van collectieve acties op contractueel terrein; vergelijk HR 30 november 1990, RvdW 1990, 218, de artikelen 6:240-241; 15 Wet CAO en 2:46 BW. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 187805 tot 189303.