Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Onder 11.14 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.
Onder de vigeur van art. 3:305a BW (oud) geldt dat een rechterlijke uitspraak in een collectieve actie-procedure alleen gezag van gewijsde heeft tussen de belangenorganisatie en haar wederpartij. De wetgever heeft er bij de invoering van de regeling van de collectieve actie in 1994 bewust voor gekozen om het gezag van gewijsde van een rechterlijke uitspraak in een collectieve actie niet uit te breiden tot de personen van wie de belangen door de belangenorganisatie worden behartigd (hierna: de belanghebbenden). De belanghebbenden zijn dus niet gebonden aan de uitspraak en blijven de mogelijkheid behouden om de desbetreffende vordering zélf in te stellen, zo verduidelijkt de parlementaire geschiedenis. Daarbij wordt de kanttekening geplaatst dat wanneer de collectieve vordering is toegewezen, voldoende belang (art. 3:303 BW) bij een gelijkluidende individuele vordering doorgaans zal ontbreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 194725 tot 195835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10 | shasum -a 256