Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 11.29 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Van den Bor en Bij de Vaate, die de opvatting van Frenk delen, signaleren dat het onder de huidige regeling van de collectieve actie moeilijker is om bij de beoordeling van het gelijksoortigheidsvereiste een abstracte toets aan te leggen zonder de wederpartij van de belangorganisatie te schaden, nu een uitspraak in een collectieve actie thans wél bindende kracht heeft voor de belanghebbenden (vgl. hiervóór, onder 11.20). Daarmee bestaat er geen ruimte (meer) om in individuele vervolgprocedures alsnog rekening te houden met mogelijke specifieke individuele omstandigheden – waarvan bij de toets aan het gelijksoortigheidsvereiste is geabstraheerd – en om ‘ desnoods’ tot een ander oordeel te komen dan in de collectieve actie, zo merken beide auteurs op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 211819 tot 212700.