Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 11.30 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Subonderdeel 1.1 klaagt dat het oordeel van het hof dat FNV ontvankelijk is in de door haar gevorderde verklaring voor recht dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers is aan te merken als een arbeidsovereenkomst, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het toepassingsbereik van art. 3:305a BW (oud). Volgens het subonderdeel miskent het hof dat bij de beoordeling van de vordering van FNV niet kan worden geabstraheerd van de bijzondere omstandigheden van ieder individueel geval. Bij die beoordeling moet immers worden onderzocht of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de omschrijving van art. 7:610 BW. Welke rechten en verplichtingen in een concreet geval zijn overeengekomen, is een kwestie van uitleg en moet worden vastgesteld aan de hand van het Haviltex -criterium. Dat criterium vergt naar haar aard een individuele beoordeling (in dit geval: van iedere arbeidsrelatie op zich), zodat de strekking van art. 3:305a BW (oud) zich tegen behandeling van de vordering van FNV verzet, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 212887 tot 214048.