Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 11.32 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Het subonderdeel neemt terecht tot uitgangspunt dat het bij de toets aan het gelijksoortigheidsvereiste van belang is of bij de beoordeling van de collectieve vordering (voldoende) kan worden geabstraheerd van de bijzondere omstandigheden aan de zijde van de individuele belanghebbenden (zie onder 11.22 en 11.24). De vraag of aan dit vereiste is voldaan, is volgens de parlementaire geschiedenis afhankelijk van de omstandigheden van het geval (zie onder 11.23 en, met betrekking tot contractuele relaties, onder 11.9). Gelet daarop kan niet worden gezegd dat een collectieve actie per definitie dient te stranden op het gelijksoortigheidsvereiste in gevallen waarin de toe te passen norm op zichzelf een individuele toets vergt (zoals het Haviltex -criterium). Het is zeker niet ondenkbaar dat in een concreet geval de feiten c.q. omstandigheden aan de zijde van de individuele belanghebbenden – de mogelijkheid van een collectieve actie is steeds afhankelijk van de feiten en de ingeroepen norm – waaraan moet worden getoetst in zodanige mate overeenkomen, dat een collectieve actie toch mogelijk moet worden geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 214907 tot 216269.