Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 14.25 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Subonderdeel 3.6 bevat een rechtsklacht die is geformuleerd voor het geval het hof niet heeft miskend dat de arbeidsovereenkomst een verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting vereist (zie subonderdeel 3.5 onder ii), maar rov. 3.7.5 zó moet worden begrepen dat naar het oordeel van het hof aan dit vereiste is voldaan omdat het niet mogelijk lijkt dat een bezorger zijn werkzaamheden door allerlei vervangers tegelijk laat uitvoeren en/of omdat niet is gebleken dat zich de situatie voordoet dat een bezorger zich permanent laat vervangen. In dat geval geeft het oordeel van het hof eveneens blijk van een onjuiste rechtsopvatting, omdat bij die lezing het hof een onjuiste invulling heeft gegeven aan het vereiste van persoonlijke arbeidsverrichting. Van een dergelijke verplichting is immers geen sprake, aldus het middel, indien het werk ‘slechts’ aan één ander tegelijk kan worden uitbesteed en/of wanneer vervanging niet permanent mogelijk of toegestaan is: het vereiste houdt in dat de werknemer gehouden moet zijn de overeengekomen werkzaamheden zelf uit te voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 268188 tot 269439.