Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 14.34 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

De klacht faalt reeds omdat de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst geen verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting omvat (zie hfst. 10). Maar ook indien dat anders is, slaagt de klacht niet. Het hof is namelijk niet uitgegaan van een onjuiste opvatting van het begrip ‘toestemming’ in de zin van art. 7:659 BW. Het hof heeft bij zijn oordeel waarde gehecht aan de relatief eenvoudig aard van de werkzaamheden. Tegen die achtergrond overweegt het hof dat ‘ Deliveroo kennelijk weinig eisen [stelt] aan de toestemming die zij aan een bezorger geeft om zich te laten vervangen. ’ (rov. 3.7.5, voorlaatste volzin). Dat het hof in art. 7:659 BW ruimte ziet om dergelijke omstandigheden te betrekken bij zijn oordeel, is geenszins onbegrijpelijk. Bij dergelijk niet-complex werk, dat is afgebakend in taken (de bezorging van een maaltijd op een bepaald adres) ligt het niet in de rede om eisen (‘subjectieve voorkeuren’ van de werkverschaffer) te stellen aan eventuele vervangers (wat ook niet goed zou stroken met de kennelijk lage drempel die geldt om als bezorger aan de slag te gaan, zie ook onder 9.20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 275914 tot 277096.