Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 14.36 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Subonderdeel 3.9 richt rechts- en motiveringsklachten tegen rov. 3.7.7, waar het hof oordeelt dat de omstandigheid dat het bezorgers vrijstaat om voor een concurrerende onderneming te werken, niet van groot belang is voor de aan- dan wel afwezigheid van een arbeidsovereenkomst, zeker nu ruim tweederde van de bezorgers bij Deliveroo ‘hobbymatig’ werkt en dus minder verdient dan 40% van het minimumloon. Volgens het subonderdeel is dat oordeel rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk. Een vrijheid om tegelijkertijd aan (meerdere) concurrenten diensten te verlenen is (in beginsel) immers onverenigbaar met het bestaan van een arbeidsovereenkomst, althans is daartoe een (sterke) contra-indicatie. Het hof legt niet uit waarom het feit dat een deel van de bezorgers minder dan 40% van het minimumloon verdient van belang zou zijn. Voor zover het hof bedoelt dat deze bezorgers in de praktijk geen diensten aan concurrenten zullen aanbieden, aangezien zij maar weinig uren werken, is dat om meerdere redenen onbegrijpelijk. Bovendien kan uit het feit dat een deel van de bezorgers niet meer dan 40% van het minimumloon verdient, niet volgen dat zij niet gerechtigd zouden zijn hun diensten in de praktijk aan concurrerende ondernemingen aan te bieden, aldus Deliveroo.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 277272 tot 278606.