Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578.

Het werken voor transactieplatforms (‘platformwerk’) heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Naar schatting heeft in Nederland tussen de 1,2% en 22% van de beroepsbevolking ooit platformwerk gedaan en verdient tussen de 0,4% en 2,8% van de beroepsbevolking een hoofdinkomen met platformwerk. In relatieve zin is dat een laag percentage, maar in absolute zin gaat het om een aanzienlijk aantal werkenden (minimaal 34.000). Volgens Europese cijfers is platformwerk voor 1 tot 2% van alle werkenden in de EU de belangrijkste inkomstenbron en werkt 10% van de Europese beroepsbevolking wel eens als platformwerker. De Europese Commissie gaat in het voorstel voor de richtlijn over platformwerk (december 2021, zie over het richtlijnvoorstel onder 5.16 e.v.) uit van 28 miljoen mensen in de EU die werken via een digitaal platform. Het verschil tussen de Nederlandse en de Europese cijfers wordt veroorzaakt doordat in de Nederlandse cijfers alleen fysieke platformwerkers zijn meegenomen en in de Europese studies ook alle digitale platformwerkers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c882b6a0963632bbf99f4d1a4605c71e7132dc6be72c3b86160bfec9bcf15e10, en de alinea staat in dat document op bytes 27510 tot 28903.