Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2022
Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:6.
“Waar de wetgever in 1997 meende dat zonder de implementatie van de verbouwingsoptie — in art. 11 lid 3 onderdeel b Wet OB 1968 — sprake was van voortzetting van het oude gebruik, zelfs bij een verbouwing die als vervaardiging was aan te merken, ben ik altijd van opvatting geweest dat bij vervaardiging van een bestaand gebouw (vernieuwbouw), automatisch sprake is van een terugkeer naar de fase vóór eerste ingebruikneming van dat nieuwe gebouw. Door deze vervaardiging begint in mijn optiek vanzelf een nieuw fiscaal leven voor het gebouw. Bij deze uitleg kom je bij een verbouwing die kan worden geduid als vernieuwbouw dus niet toe aan het facultatieve art. 12 lid 2 Btw-richtlijn, op grond waarvan je als lidstaat mag bepalen dat bij een verbouwing sprake is van een terugkeer naar de fase vóór eerste ingebruikneming. Dat wordt naar mijn indruk ook niet anders doordat de wetgever zich in 1997 meende te baseren op de voorganger van deze bepaling, omdat het resultaat bepalend is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d00737277f13830c20127666bfd53e7ce14021409d0a8e961ae7d0208c02b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d00737277f13830c20127666bfd53e7ce14021409d0a8e961ae7d0208c02b0, en de alinea staat in dat document op bytes 85751 tot 86761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40d00737277f13830c20127666bfd53e7ce14021409d0a8e961ae7d0208c02b0 | shasum -a 256