Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:655.

Een andere vraag is of uw Raad met de aangehaalde overwegingen ten overvloede in Gemeente Heusden/Erven X c.s. inderdaad, zoals het middel betoogt, heeft bedoeld om de mogelijkheid van een Heusdense vordering te beperken tot gevallen van inbezitneming te kwader trouw. Ik merk op dat uw Raad de toewijsbaarheid van de vordering in het concrete geval (“Dat de vordering van Erven [X] c.s. in dit geding is toegewezen”) verklaart met de keuze van de wetgever om een beroep op art. 3:105 BW niet te ontzeggen aan een bezitter te kwader trouw (rov. 3.7.2), waarbij, naar het hof ook heeft overwogen , in het concrete geval kwade trouw van de occupant vast stond. Een beperking als door het middel voorgestaan is uit het arrest enkel met een redenering a contrario af te leiden. Er zijn verschillende schrijvers die deze consequentie aan het arrest verbinden. Anderen leggen de verwijzing naar kwade trouw echter minder restrictief uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388, en de alinea staat in dat document op bytes 50021 tot 51399.