Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022

Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:655.

Aan het eigendomsrecht van een onroerende zaak is de revindicatie verbonden (art. 5:2 BW). De werking van art. 3:105 lid 1 BW houdt in dat de eigenaar van de onroerende zaak met en door de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot opeising zijn eigendomsrecht verliest. Op datzelfde moment wordt de bezitter-niet-rechthebbende van de zaak verheven tot eigenaar. Dit betekent dat het eigendomsrecht dat de gedepossedeerde door de werking van art. 3:105 BW verliest steeds een (met de revindicatie) afdwingbaar eigendomsrecht is. Een eigendomsrecht zonder revindicatie is mede door de werking van art. 3:105 BW niet voorstelbaar. Art. 3:105 BW werkt immers van rechtswege: niemand kan van verkrijging op de voet van art. 3:105 BW afstand doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388, en de alinea staat in dat document op bytes 60744 tot 61669.