Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022
Onder 1.15 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:655.
- Gelet op dit oordeel van de Hoge Raad gaat het in dit geval om de vraag of [eiser] in de door de Hoge Raad gehanteerde formulering “ wist dat ” de grond aan [verweerder] toebehoorde. Hierbij maakt het niet uit of [eiser] als bezitter te kwader trouw of bezitter niet te goeder trouw wordt omschreven. De wet onderscheidt in titel 5 van boek 3 BW slechts tussen “te goeder trouw” en “niet te goeder trouw”. Met het gebruik van de term “te kwader trouw” is geen verdere nuance tussen te goeder trouw en niet te goeder trouw geïntroduceerd. Het gaat hier ook niet om de toepasselijkheid van art. 3:99 dan wel art. 3:105 BW, maar om de vraag naar onrechtmatig handelen. De door de Hoge Raad gehanteerde bewoordingen “wetende dat” in plaats van de vaker gebruikte uitdrukking “weten of behoren te weten dat” lijken erop te duiden dat er geen of hooguit heel weinig objectieve elementen bij de beoordeling van de onrechtmatigheid meespelen, althans dat die beoordeling strikt zal moeten zijn (rov. 8.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388, en de alinea staat in dat document op bytes 22119 tot 23189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388 | shasum -a 256