Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022
Onder 3.7.4 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:655.
(a) (...) (b) De zojuist bedoelde vordering is onderworpen aan verjaring op de voet van art. 3:310 lid 1 BW. Voor zover de schade waarvan de benadeelde vergoeding wenst, bestaat in het verlies van zijn eigendom, neemt de vijfjarige verjaringstermijn ingevolge die bepaling een aanvang op het moment dat de benadeelde bekend is met zijn eigendomsverlies (en met de daarvoor aansprakelijke persoon), en is de verjaring in elk geval voltooid twintig jaar na de voltooiing van de verjaring van art. 3:314 lid 2 BW, zijnde de gebeurtenis waardoor de schade – het verlies van de eigendom – is veroorzaakt, alles onverminderd eventuele stuiting van die verjaring.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388, en de alinea staat in dat document op bytes 32615 tot 33304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a322befd7f4c990171feca2031b8c647be0b2b63790a47acede93d572126e388 | shasum -a 256