Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 3.46 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:678.

Volgens de tweede volzin van art. 7:411 lid 2 BW is de maatstaf of de besparing uit de voortijdige beëindiging voortvloeit. Twijfel is mogelijk. De voortijdige beëindiging zelf leidt uiteraard niet tot de invulling van de opengevallen plaats door een ander kind. Maar zonder die beëindiging zou de nieuwe overeenkomst van opdracht niet mogelijk zijn geweest, omdat er geen plaats was. Met dit laatste is tegelijk gezegd dat indien de plaatsing ook afgezien van de beëindiging plaats zou hebben gehad, van een besparing in ieder geval geen sprake is. Is het openvallen van de kindplaats echter wel voorwaarde voor de nieuwe overeenkomst van opdracht geweest, dan is eventueel wel verdedigbaar dat dit voordeel met het verschuldigde loon moet worden verrekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544, en de alinea staat in dat document op bytes 79663 tot 80439.