Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 4.58 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:678.
Een tweede relevante publicatie van H.J. Snijders vertrekt vanuit het materiële burgerlijk recht en beschrijft ‘Maten van dwingend recht’ (1999). De vraag die Snijders in zijn bijdrage zich stelt, is of dwingend recht prevaleert boven hetgeen partijen zijn overeengekomen. Volgens de Toelichting-Meijers is dit vanzelfsprekend zo, maar volgens Snijders spreekt dat helemaal niet vanzelf. Volgens hem leidt het bij de toepassing van het procesrecht te maken onderscheid tussen ‘super-dwingend’ en ‘normaal-dwingend’ recht tot een verruiming van de ‘contractsvrijheid’ in verband met een verschuiving in de keuze van de wetgever voor vernietigbaarheid in plaats van nietigheid:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544, en de alinea staat in dat document op bytes 152950 tot 153847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544 | shasum -a 256