Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 5.34 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:678.
Men lette op het verschil in formulering van de verplichting tot ambtshalve toetsing door de arbiter met die van de verplichting tot ambtshalve toetsing door de voorzieningenrechter. Weliswaar wordt in de eerste alinea van de overweging onder 2.8.2 de strekking van de bepaling van art. 6:236 aanhef en onder n BW aangeduid (namelijk te voorkomen dat de consument tegen zijn wil van de overheidsrechter wordt afgehouden), maar dat neemt niet weg dat in de volgende alinea de verplichting tot ambtshalve toetsing door de arbiter categorisch wordt geformuleerd, in de zin dat de arbiter ambtshalve dient te beoordelen of een arbitraal beding onredelijk bezwarend is. In die sleutel komt vervolgens de bepaling van art. 6:236 aanhef en onder n BW aan de orde, en nu zonder een aanduiding van de bijzondere strekking van die bepaling. In plaats daarvan wordt eenvoudig vermeld dat een beding als in die bepaling bedoeld als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt (overweging onder 2.8.3, eerste alinea).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544, en de alinea staat in dat document op bytes 277991 tot 279038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544 | shasum -a 256