Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 6.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:678.

Opzeggingstermijnen ogen naar hun vorm weliswaar sterk afwijkend ten opzichte van het stelsel van art. 7:408 en 7:411 BW, maar in plaats van de vorm is de inhoud bepalend. Een opzegtermijn biedt partijen duidelijkheid vooraf en heeft ten opzichte van de wettelijke regeling voor de particuliere opdrachtgever bovendien het voordeel dat hij het kind nog gedurende de opzegtermijn naar de opvang kan brengen. In die zin is een opzegtermijn voor de ouder van het kind juist gunstig (hiervoor 3.35). Onder meer pleit dit ervoor om aan te nemen dat opzegtermijnen wel degelijk toelaatbaar zijn, uiteraard mits zij niet tot een hogere vergoeding leiden dan volgens art. 7:411 BW. In de literatuur wordt dit ook reeds aangenomen (hiervoor 3.37).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbee3159fb8864485a3827b95d09de63e39bc1c54f5cbfa81646fe29d5b5544, en de alinea staat in dat document op bytes 325283 tot 326035.