Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:679.

De klacht gaat er volgens mij terecht van uit dat het hof zijn oordeel over de opzegging van de franchiseovereenkomst mede op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 lid 1 BW heeft gebaseerd. Aan het oordeel dat onaanvaardbaar is dat Spits op een termijn van krap zes maanden heeft opgezegd en geen (schade)vergoeding heeft aangeboden, verbond het hof in rov. 6.10.5 de conclusie dat Spits in verband met de beëindiging van de franchiseovereenkomst is tekortgeschoten jegens Tiel en dat op grond daarvan Tiel aanspraak kan maken op een zekere (schade)vergoeding. Daarin ligt besloten dat het hof van oordeel is dat op Spits aanvullende verbintenissen tot het in acht nemen van een langere opzegtermijn en tot het aanbieden van schadevergoeding rusten. Deze lezing wordt veeleer bevestigd dan weerlegd door de vaststelling van het hof in rov. 6.8.4 (en 6.10.1) dat Tiel “ in hoofdzaak een beroep doet op de beperkende werking (…), in elk geval waar zij stelt dat Spits geen beroep toekomt op de in de franchiseovereenkomst opgenomen opzeggingsbepalingen ”. [Onderstreping A-G]. Daarmee sluit het hof immers niet uit (‘in hoofdzaak’) dat Tiel ook een beroep op de aanvullende werking heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fb898ba6b857ca3b850783506b6514a6c74874d633b08ac548b6e867f3bd56b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fb898ba6b857ca3b850783506b6514a6c74874d633b08ac548b6e867f3bd56b, en de alinea staat in dat document op bytes 93040 tot 94533.