Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 3.20.2 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.

Het subonderdeel vervolgt met de klacht dat indien de OK het voorgaande niet heeft miskend haar onder 3.19 hiervoor bedoelde oordeel onbegrijpelijk is, aangezien in het licht van het betoog van de Minister - als samengevat in nrs. 8.27-8.33 van de procesinleiding - niet valt in te zien dat de verwijzing naar DSB Bank zou kunnen bijdragen aan het oordeel dat op het peiltijdstip voorzienbaar (te voorzien) zou zijn geweest dat met een langjarige run-off per saldo voor de gezamenlijke schuldeisers in het faillissement van SNS Bank en SNS Reaal uiteindelijk een significant hogere opbrengst zou zijn gerealiseerd dan bij een directe liquidatie, zodat een curator in het faillissement van SNS Bank zou hebben gekozen voor een langjarige run-off. Op het peiltijdstip was het immers nog geenszins “een feit” dat in het faillissement van DSB Bank "alle crediteuren, derhalve ook de achtergestelde crediteuren, hun volledige hoofdvordering zullen terugontvangen". Integendeel, in het faillissementsverslag van vlak voor het peiltijdstip onderstreepten de curatoren nota bene dat zij voorzagen dat geen uitdeling op de achtergestelde vorderingen mogelijk zou zijn. Dit is de tweede klacht in het subonderdeel .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 158001 tot 159295.