Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 3.24.1 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.

- Daarbij valt nog te bedenken dat, waar de deskundigen het dus hebben over hetgeen “potentiële kopers van de AGL's” konden inschatten per de peildatum, zij de systematiek van art. 6:8-6:9 Wft niet uit het oog verliezen. Immers, ingevolge deze bepalingen dient de schadeloosstelling te worden begroot op de werkelijke waarde die het onteigende effect of vermogensbestanddeel heeft. Daarbij dient te worden uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de betrokken financiële onderneming in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden en de prijs die, gegeven dat toekomstperspectief, op het tijdstip van onteigening zou zijn tot stand gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen de onteigende als redelijk handelende verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper . Het is niet zo dat bij het bepalen van de prijs enkel die feiten en omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen waarmee de redelijk handelende koper en verkoper bij de veronderstelde vrije koop op de peildatum redelijkerwijze bekend konden zijn of rekening konden houden. Zo’n betoog miskent dat het objectief vast te stellen, werkelijke toekomstperspectief van de financiële onderneming ingevolge de maatstaf van art. 6:9 lid 1 Wft uitgangspunt is voor de prijsbepaling. Zie nader onder 3.31.1-3.33.2 hierna, bij de behandeling van onderdeel II.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 185899 tot 187342.