Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 3.31.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.

Het onderdeel klaagt verder dat, indien en voor zover de OK ervan is uitgegaan dat in een geval als het onderhavige (onteigening van effecten en vermogensbestanddelen van een bank) bij het bepalen van de schadeloosstelling en de werkelijke waarde op de voet van art. 6:8 en 6:9 Wft en bij de daartoe tot uitgangspunt te nemen twee stappen en samenhangende ficties (te verwachten toekomstperspectief en totstandkoming prijs bij veronderstelde vrije koop in het economische verkeer) geen rekening dient te worden gehouden met op het peiltijdstip bestaande, objectief vast te stellen onzekerheid over de keuze van een curator in het faillissement van de betrokken bank voor een langjarige run-off in plaats van een directe liquidatie (en het daarmee samenhangende risico), de onder 3.29 hiervoor bedoelde oordelen van een onjuiste rechtsopvatting getuigen. Er bestaat immers geen grond en rechtvaardiging om bij het bepalen van de werkelijke waarde op het peiltijdstip met een dergelijke onzekerheid (en het daarmee samenhangende risico) geen rekening te houden. Die onzekerheid dient bij het vaststellen van het te verwachten toekomstperspectief in aanmerking te worden genomen en/of dient in ieder geval een rol te spelen bij de bepaling van de prijs die tussen redelijk handelende partijen tot stand zou zijn gekomen. Dit is de vierde klacht in het onderdeel .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 227062 tot 228536.