Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 4.15.1 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.
Hierop stuiten de tweede klacht van het incidentele beroep van VEB c.s. I (middel onder 285 en 330-342) en de klachten van onderdeel 1 § 2 van het incidentele beroep van Brigade Fund c.s. af. Aan de klachten ligt het betoog ten grondslag dat, samengevat, bij het bepalen van de prijs enkel die feiten en omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen waarmee de redelijk handelende koper en verkoper bij de veronderstelde vrije koop op het peiltijdstip redelijkerwijze bekend konden zijn of rekening konden houden. Dit betoog miskent dat het objectief vast te stellen, werkelijke toekomstperspectief van de financiële onderneming ingevolge de maatstaf van art. 6:9 lid 1 Wft uitgangspunt is voor de prijsbepaling. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 240673 tot 241461.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d | shasum -a 256