Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 3.69.3 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.
- Een objectieve respectievelijk taalkundige lezing van de achterstellingsbepalingen brengt daarom mee dat het recht op uitbetaling onder de achtergestelde leningen en obligaties is achtergesteld bij zowel de hoofdsom als de rentevorderingen van de concurrente schuldeisers, waaronder ook de tijdens het faillissement opgekomen rentevorderingen moeten worden verstaan. Ook dat zijn immers concurrente vorderingen. Art. 128 Fw staat hieraan niet in de weg. Kort en goed: de veronderstelling dat de achtergestelde schuldeisers vóór de post-faillissementsdatum opgekomen concurrente rentevorderingen moeten worden betaald, is strijdig met de overeengekomen achterstelling, is strijdig met de bedoeling van de wetgever bij de invoering van art. 128 Fw (die daarmee niet beoogde een overeengekomen rangregeling te wijzigen) en, wellicht het meest belangrijk, zou afbreuk doen aan het doel van het faillissement om de verhaalsrechten van de schuldeisers zoals vervat in art. 3:276 en 3:277 BW te realiseren. (nrs. 3.11-3.16)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 417396 tot 418429.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d | shasum -a 256