Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 3.82.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683.
Een en ander klemt te meer nu de bepalingen uit de in rov. 3.59 onder b, c, d, f, g en h van Beschikking II genoemde overeenkomsten ook een beperking van verrekenbaarheid bevatten. Een zodanige beperking kan rechtens alleen worden gekwalificeerd als een oneigenlijke achterstelling en niet als een eigenlijke achterstelling. Ook de opname van een dergelijke beperking van de verrekenbaarheid duidt er dus op dat de betreffende bedingen (mede) oneigenlijke achterstellingen behelzen, zodat de OK ook daarom niet zonder nadere motivering mocht oordelen dat zulks niet tevens is beoogd met de passages over de “betaalbaarheid”, een “right of payment” c.q. mogelijkheid van “payment” van de betrokken vorderingen. Dit is de vierde klacht in het subonderdeel .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 485691 tot 486572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4aa5cfaf9cf3e2152eb541f39ac8f18f174c3a1ed3f55f8df576f399f56b3e0d | shasum -a 256