Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 2.30 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:686.
In cassatie moet er veronderstellenderwijs van worden uitgegaan dat de Bank met de kredietnemers rentecompensatie is overeengekomen en dit niet heeft toegepast. Het hof heeft de juistheid van de stellingen van de Borg op dit punt immers in het midden gelaten. Hieruit volgt dat het hof, anders dat de klacht veronderstelt en de schriftelijke repliek nr. 25 aanvoert, ervan is uitgegaan dat sprake is van een verweer als bedoeld in artikel 7:852 BW. Het hof heeft de gegrondheid van dit verweer in het midden kunnen laten, omdat het hof vervolgens heeft geoordeeld dat dit verweer de Borg sowieso niet baat. Immers niet is gesteld of gebleken dat, ook indien de Bank wel rentecompensatie zou hebben toegepast, dit van invloed zou zijn geweest op de hoogte van het bedrag waarvoor de Borg aansprakelijk is. De reden hiervoor is dat (onvoldoende concreet is onderbouwd dat) een ander beleid op deze punten ertoe zou hebben geleid dat de kredietrelatie zou zijn voortgezet en dat de kredietnemers in staat zouden zijn geweest om het krediet uiteindelijk in te lossen. Subonderdeel 4.1 berust daarom op een onjuiste lezing van de bestreden overweging en faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3, en de alinea staat in dat document op bytes 53862 tot 55191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3 | shasum -a 256