Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:686.

Deze klacht slaagt niet. De rechter kan bij zijn uitleg van een schriftelijk contract rekening houden met allerlei omstandigheden, maar is niet verplicht andere dan de door partijen over en weer naar voren gebrachte gezichtspunten in zijn overwegingen te betrekken. Uit de verwerping van het (op een a contrario uitleg gebaseerde) betoog van de Borg en het oordeel dat de Borg onvoldoende feitelijk heeft toegelicht dat hij uit de tweede volzin van artikel 6 van de borgstellingsovereenkomst heeft mogen begrijpen dat hij in een geval als hier aan de orde van zijn verplichting als borg zou zijn ontheven, volgt dat het hof dit beding aldus heeft uitgelegd dat de door de Bank met de andere borgen getroffen regeling niet af doet aan de aansprakelijkheid van de Borg. De klacht berust daarom op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3, en de alinea staat in dat document op bytes 14600 tot 15547.