Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:686.

Subonderdeel 1.2 klaagt dat het hof bovendien miskent dat het artikel 6 van de borgstellingsovereenkomst contra proferentem had moeten uitleggen op grond van artikel 6:238 lid 2 BW en artikel 5 Richtlijn oneerlijke bedingen, welke bepalingen het hof ambtshalve had moeten toepassen. Subonderdeel 1.3 vervolgt dat ingeval niet alle feiten zijn komen vast te staan om tot een uitleg contra proferentem over te kunnen gaan, het hof miskent dat bij aanwezigheid van voldoende gegevens om te vermoeden dat een overeenkomst (i) onder het bereik van de Richtlijn oneerlijke bedingen valt en (ii) een beding bevat ten aanzien waarvan twijfel bestaat over de betekenis daarvan, het ambtshalve dient te onderzoeken of dat beding contra-proferentem dient te worden uitgelegd en daartoe zo nodig instructies had dienen te geven. Subonderdeel 1.5 noemt het onbegrijpelijk als het bestreden arrest zo moet worden begrepen dat geen sprake is van twijfel over de betekenis van artikel 6 en de tweede volzin in het bijzonder. De tweede volzin en de uitdrukkelijk beperking tot niet-particuliere borgen maakt het volgens de klacht dat minst genomen aan twijfel onderhevig is of de verbintenis van een particuliere borg in stand blijft na afstand van de Bank tegenover andere borgen, aldus de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3, en de alinea staat in dat document op bytes 15610 tot 17092.