Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Onder 2.12.3 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:686.
Deze overweging ten overvloede berust er kennelijk op dat het hof het betoog van de Bank op dit punt heeft onderschreven. De Bank betoogde (i) dat de regresmogelijkheid van de Borg op zijn medeborgen ex artikel 7:869 i.v.m. artikel 6:152 BW in stand is gebleven en (ii) dat als de schuldeiser zijn vordering op één van de borgen heeft kwijtgescholden, dat er niet aan in de weg staat dat de borg die de vordering van de schuldeiser heeft voldaan, de medeborg aanspreekt op zijn bijdrageplicht (met een verwijzing naar artikel 6:14 BW en het overeenstemmende standpunt van Asser/Van Schaick 7-VIII 2018/124 en Rechtbank Limburg 29 augustus 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:8246 (zie hierover ook hierna in 2.19.1 e.v.)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3, en de alinea staat in dat document op bytes 21694 tot 22484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3 | shasum -a 256