Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 2.19.9 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:686.

Het bepaalde in artikel 6:13 (dus ook hetgeen in het tweede lid is bepaald over ‘het tijdstip van de delging van de schuld’) doet dus niet af aan het bepaalde in artikel 6:14 BW. Hetzelfde moet worden aangenomen voor artikel 6:152 BW (waarin wordt gerefereerd aan het ‘tijdstip van de voldoening’). Voor zover het Ontwerp Meijers daarover onduidelijkheid kon laten bestaan, is die weggenomen in het Gewijzigd Ontwerp. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 7:869 BW blijkt verder niet dat met het van overeenkomstige toepassing verklaren van art. 6:152 BW is beoogd om af te wijken van art. 6:14 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd408cd9656f91c8101dc92b47042c8f20b392728c50e20e1ee22d5fd27f9e3, en de alinea staat in dat document op bytes 37049 tot 37804.