Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:689.

Subonderdeel 2.1 voert een rechtsklacht aan. Het hof zou in rov. 3.9 hebben miskend dat misbruik van procesrecht zich ook in andere gevallen kan voordoen, zoals wanneer Unierechtelijke bevoegdheden worden aangewend met als enig doel om een verweerder af te trekken van de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft en/of wanneer alle aanknopingspunten in een zaak naar een lidstaat verwijzen en eiser geen enkel redelijk belang heeft om een gerecht in een andere lidstaat aan te zoeken. Voor zover het oordeel in rov. 3.9 juist is, voert het middel vervolgens een motiveringsklacht aan. Genoemd oordeel van het hof zou onbegrijpelijk zijn in het licht van de volgende stellingen van Heineken c.s.. Ten eerste dat MTB de vordering tegen Heineken enkel heeft ingesteld om AB op grond van de bevoegdheidsregel van art. 8 lid 1 Brussel I-bis van de Griekse rechter af te houden. Ten tweede de stelling dat alle aanknopingspunten in de onderhavige zaak verwijzen naar Griekenland, zodat problemen zullen zijn verbonden aan de behandeling van het geschil tussen MTB en AB in Nederland en MTB ook geen enkel redelijk belang heeft om hier te procederen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b2e795d0fe27f4eab9355991d79c4ddc4547d82a1bf8ff9e0a700600455e08a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b2e795d0fe27f4eab9355991d79c4ddc4547d82a1bf8ff9e0a700600455e08a, en de alinea staat in dat document op bytes 76031 tot 77252.