Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:689.

Het criterium onder (b) maakt duidelijk dat voor neerwaartse toerekening niet enkel volstaat dat beide entiteiten deel uitmaken van dezelfde onderneming. Over de invulling van de aanvullende voorwaarde ‘een concreet verband’ is het laatste woord vermoedelijk nog niet gezegd. Zij die een ruime uitleg van Sumal verdedigen, erkennen alleen een exceptie voor conglomeraten. Als een concern bijvoorbeeld actief is in de sectoren chemie en farmacie en de topholding is beboet voor deelname aan een chemiekartel, kunnen de dochtervennootschappen van de farmacietak niet aansprakelijk gesteld worden (vgl. punt 47 van het arrest), maar alle vennootschappen van de chemietak wel, ook dochter-, zuster- en andere vennootschappen die geen enkele betrokkenheid bij het kartel of zelfs maar het kartelproduct hebben gehad. Ik geef een fictief voorbeeld: als een Zweedse moeder is beboet voor deelname van een Duitse dochter aan een kartel op de markt van Roemenië en Bulgarije, dan kan in Nederland een schadevergoedingsactie worden ingesteld indien hier te lande een zustervennootschap van de Duitse dochter is gevestigd, zelfs als die Nederlandse vennootschap zich uitsluitend bezig houdt met andere chemische producten dan waar de inbreuk op ziet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b2e795d0fe27f4eab9355991d79c4ddc4547d82a1bf8ff9e0a700600455e08a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b2e795d0fe27f4eab9355991d79c4ddc4547d82a1bf8ff9e0a700600455e08a, en de alinea staat in dat document op bytes 43863 tot 45220.