Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:705.

Ik deel de opvatting dat uit […] /Mammoet niet volgt dat art. 7:613 BW exclusief voor collectieve wijzigingen is bedoeld, zodat het mogelijk is ook bij collectieve wijzigingen te toetsen aan de norm van art. 7:611 BW bij gebreken van een eenzijdig wijzigingsbeding in de zin van art. 7:613 BW, zoals in onze zaak in cassatie uitgangspunt is. Ook ik zie niet in waarom het vruchtbaar zou zijn om hier een strikt onderscheid te hanteren waarbij art. 7:613 BW alleen voor collectieve wijzigingen zou gelden en art. 7:611 BW en de […] /Mammoet- norm alleen voor individuele gevallen, zoals het voorwaardelijk incidenteel onderdeel 2.i bepleit. De ratio voor een dergelijk onderscheid met een in zwaarte verschillend uitvallende toets ontbreekt (zie het betoog van Heerma van Voss en Bouwens, Bij de Vaate en Duk hiervoor) en leidt tot ongelijke behandeling van gelijkwaardige gevallen ten detrimente van sommige werknemers en dat lijkt niet iets dat het recht zou moeten nastreven in ons arbeidsrechtelijke stelsel. De klacht faalt in mijn ogen dan ook .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a35a08e2bdd3c7ac9718c0ce5254b7cd094f05b440d981ce8b71b980c0bba5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a35a08e2bdd3c7ac9718c0ce5254b7cd094f05b440d981ce8b71b980c0bba5b, en de alinea staat in dat document op bytes 58200 tot 59399.