Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:709.

Subonderdeel II.1 klaagt dat het hof heeft miskend dat voor verrekening wederkerigheid is vereist (art. 6:127 lid 2 BW), van welk uitgangspunt slechts contractueel kan worden afgeweken. Van een dergelijke contractuele afwijking is in dit geval echter geen sprake, aldus het middel. Subonderdeel II.2 klaagt dat, voor zover het hof een en ander niet heeft miskend, het oordeel van het hof onbegrijpelijk is. Daartoe wordt ten eerste aangevoerd dat de door het hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde omstandigheden niet de conclusie kunnen dragen dat sprake is van overeenstemming. Ten tweede betoogt werknemer dat het hof heeft nagelaten een drietal essentiële stellingen kenbaar in zijn beoordeling te betrekken, terwijl die stellingen tot een ander oordeel hadden moeten leiden. Subonderdeel II.3 berust op de veronderstelling dat volgens het hof werknemer bij werkgever het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt in te stemmen met verrekening (art. 3:35 BW). Volgens het middel kunnen de door het hof genoemde omstandigheden dit oordeel niet dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f72b0bd398e2ade2de266e180fbfb1a1a3635267fdd5c29e5a8e892a4c2459d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f72b0bd398e2ade2de266e180fbfb1a1a3635267fdd5c29e5a8e892a4c2459d6, en de alinea staat in dat document op bytes 27934 tot 29155.