Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2022

Onder 3.2.2 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:76.

Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof de betekenis van het arrest van de Hoge Raad in de zaak CZ Groep/Stichting Momentum GGZ heeft miskend, mist het feitelijke grondslag. Voor zover hier van belang verwierp de Hoge Raad in die zaak (in rov. 3.7.2) een motiveringsklacht die was gericht tegen het oordeel van het gerechtshof dat in het kader van het aan de orde zijnde kort geding bij gebreke van meer of andere gegevens ervan moest worden uitgegaan dat een vergoeding van 75-80% nog steeds als een breed gedragen praktijknorm kan worden beschouwd (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.46-3.47). Uit hetgeen het hof heeft overwogen in de rov. 4.10-4.11 blijkt dat het heeft onderkend dat in de zaak CZ Groep/Stichting Momentum GGZ noch het gerechtshof noch de Hoge Raad in algemene zin heeft geoordeeld dat een generieke vergoeding van 75-80% geldt als een breed gedragen praktijknorm die in overeenstemming is met het hinderpaalcriterium .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a33336285bd746ef7b04c586b81e5c93e61a43fa0ceb794f628e0ba8477e2806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a33336285bd746ef7b04c586b81e5c93e61a43fa0ceb794f628e0ba8477e2806, en de alinea staat in dat document op bytes 40260 tot 41307.