Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:760.
Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan), de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen, dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld. Dat de verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van de verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1, en de alinea staat in dat document op bytes 25768 tot 26921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1 | shasum -a 256