Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:760.
12. Naar gelang het bestaan en de mate van het eventuele beraad onderscheidt het strafrecht twee categorieën van gevallen: (1) opzettelijk handelen in een opwelling, en (2) opzettelijk handelen met voorbedachte raad. Onder (1) wordt typisch de ogenblikkelijke gemoedsopwelling verstaan: handelen op basis van emoties zoals drift en krenking, nagenoeg zonder dat enige vorm van beraad heeft plaatsgehad. Voorbedachte raad bestaat wanneer de dader daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Een scherpe afbakening van beide categorieën is bezwaarlijk te geven. Aangezien ‘voorbedachte raad’ processueel fungeert als strafverzwarende omstandigheid ten opzichte van het generieke delict (hier: doodslag), valt er m.i. veel voor te zeggen om de reikwijdte van het begrip ‘voorbedachte raad’ beperkt op te vatten, ten gunste van de reikwijdte van het begrip ‘opwelling’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1, en de alinea staat in dat document op bytes 38241 tot 39220.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36743e3236da596a7cf47318b491ba6ecc08dd72230b67f4e8cf8c9e6f0ccca1 | shasum -a 256