Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:762.

Anders zou het volgens mij zijn indien in het kader van de beoordeling niet alleen een medisch dossier wordt bestudeerd, maar ook de patiënt wordt gezien. Doorslaggevend is dan dat de patiënt in een dergelijk geval medewerking verleent aan de medische beoordeling en daarbij nieuwe gegevens worden verzameld over diens gezondheidstoestand, zodat het voor de hand ligt dat de patiënt dezelfde bescherming geniet als bij een ‘echte’ medische keuring. Dit vindt steun in de rechtspraak van Uw Raad met betrekking tot art. 7:464 lid 2 BW, dat – uiteraard – alleen van toepassing is indien art. 7:446 lid 4 BW van toepassing is. In verschillende uitspraken heeft Uw Raad tot uitgangspunt genomen dat art. 7:464 lid 2 BW van toepassing is op de totstandkoming van een medisch deskundigenbericht, waaraan de betrokkene medewerking moet verlenen. In 2007 overwoog Uw Raad – eveneens naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet – in een zaak waarin artsen als arbiters hadden opgetreden en in dat kader iemand lichamelijk hadden onderzocht dat “de partij die zich aan een medisch onderzoek onderwerpt, zich vervolgens in beginsel zal mogen beroepen op het inzage- en blokkeringsrecht van art. 7:464 lid 2 BW (tenzij zich een van de in deze bepaling vermelde uitzonderingsgevallen voordoet) .” Het inzagerecht was in die zaken overigens niet aan de orde; het draaide daar om het blokkeringsrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61, en de alinea staat in dat document op bytes 64897 tot 66502.