Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022
Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:762.
Kon het recht van het ziekenhuis en de verzekeraar om in vrijheid en beslotenheid de verdediging voor te bereiden langs een andere weg een rol spelen bij de redenering van het CTG? Een antwoord op deze vraag is hier niet noodzakelijk, maar wellicht wel nuttig. Indien toepassing van afd. 7.7.5 BW in beginsel zou meebrengen dat patiënte ten opzichte van de beoordelend arts recht heeft op inzage in het medisch advies, dan kan het recht van het ziekenhuis en de verzekeraar om in vrijheid en beslotenheid de verdediging voor te bereiden mijns inziens toch tot een andere uitkomst leiden. Indien wordt aangenomen, zoals ik in paragraaf 7 betoog, dat het laatstbedoelde recht is verankerd in art. 6 lid 1 EVRM, dan zal het recht in het licht van art. 3:12 BW van invloed zijn op de inhoud van de redelijkheid en billijkheid, waardoor de rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst (art. 6:2 BW), en in de weg kunnen staan aan de uitoefening van het inzagerecht indien met die uitoefening de ongestoorde gedachtewisseling tussen het ziekenhuis, de verzekeraar en de beoordelend arts wordt geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61, en de alinea staat in dat document op bytes 84847 tot 86026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61 | shasum -a 256