Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022

Onder 6.27 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:762.

56 Aangezien de door een kandidaat geformuleerde schriftelijke antwoorden op een beroepsexamen en de eventuele opmerkingen van de examinator bij deze antwoorden aldus kunnen worden getoetst op inzonderheid hun nauwkeurigheid en de noodzaak om te worden bewaard in de zin van artikel 6, lid 1, onder d) en e), van richtlijn 95/46, alsook het voorwerp kunnen uitmaken van een rectificatie of uitwissing uit hoofde van artikel 12, onder b), van de richtlijn, moet worden vastgesteld dat het verlenen van een recht op toegang tot die antwoorden en opmerkingen krachtens artikel 12, onder a), van deze richtlijn, het doel van die richtlijn dient, dat erin bestaat de bescherming te garanderen van het recht op persoonlijke levenssfeer van de kandidaat in verband met de verwerking van zijn persoonsgegevens (zie, a contrario, arrest van 17 juli 2014, YS e.a., C‑141/12 en C‑372/12, EU:C:2014:2081, punten 45 en 46), ongeacht of die kandidaat een dergelijk recht op toegang heeft krachtens de op de examenprocedure van toepassing zijnde nationale wetgeving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620be9cae33bae5928d0b4b98a63c81f3956041bc22d10a647b7633a4f92ce61, en de alinea staat in dat document op bytes 191569 tot 192637.