Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022
Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:779.
Subonderdeel 3.5 richt twee motiveringsklachten tegen rov. 3.17. De eerste betoogt dat, voor zover het oordeel van het hof in rov. 3.17 zo moet worden begrepen dat daarin besloten ligt dat zowel de schuldenaar als degene met of jegens wie de schuldenaar de betreffende rechtshandelingen verrichtte met een redelijke mate van waarschijnlijkheid het faillissement en het tekort daarin konden voorzien, dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat dit oordeel niet navolgbaar is in het licht van het feit dat in cassatie tot uitgangspunt dient dat (i) er ten tijde van de transacties nog geen faillissement in zicht was (het hof heeft een oordeel daarover in rov. 3.16 in het midden gelaten) en (ii) de betreffende transacties vijf tot twee jaar voor het faillissement van Sabra hebben plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc, en de alinea staat in dat document op bytes 84633 tot 85486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc | shasum -a 256