Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:779.

“Een volgend belangrijk punt dat regeling behoefde, houdt verband met de voor inschrijving van de uitspraak gestelde eis dat zij in kracht van gewijsde is gegaan. Aan de bewaarder zal moeten kunnen worden aangetoond dat aan die eis is voldaan; men zie artikel 26 ontwerp-Kadasterwet. De moeilijkheid daarbij is dat de gewone formaliteiten voor hoger beroep en cassatie niet waarborgen dat na het verstrijken van de voor die rechtsmiddelen gestelde termijn met zekerheid kan worden vastgesteld, dat van de bevoegdheid het rechtsmiddel aan te wenden geen gebruik gemaakt is. De griffier van het gerecht tegen welks uitspraak een eventueel rechtsmiddel is gericht, krijgt daarvan in het geheel geen kennis. De griffier van het gerecht waarbij een eventueel rechtsmiddel wordt ingesteld, krijgt dat wellicht pas na lange tijd. Het kan immers zijn dat is gedagvaard tegen een dag die lang na het verstrijken van de termijn ligt. In het ontwerp-Scheidingsprocesrecht (nr. 15 638) is voor de vergelijkbare moeilijkheid die in het huidige recht bestaat ter zake van de inschrijving van het in kracht van gewijsde gegane vonnis van echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed in de registers van de burgerlijke stand, de oplossing hierin gezocht dat het rechtsmiddel niet ontvankelijk is, als de dagvaarding niet binnen acht dagen is ingeschreven in de registers, bedoeld in de artikelen 86 en 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bijgehouden door de griffier van het gerecht waarbij het rechtsmiddel ingesteld wordt. In de derde zin van het tweede lid van artikel 3.1.2.9 wordt voor het onderhavige geval bij deze oplossing aangesloten. Aldus wordt de voormelde griffier in staat gesteld om aan de hand van zijn register en de hem overgelegde exploiten waarbij de uitspraak is be[te]kend, te beoordelen of nog een gewoon rechtsmiddel openstaat en, zo dit niet het geval is, aan de eiser een desbetreffende verklaring af te geven, als in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a ontwerp-Kadasterwet voor de inschrijving van de uitspraak door de bewaarder wordt geëist.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc, en de alinea staat in dat document op bytes 15590 tot 17781.