Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:779.
In deze zaak gaat het om de toepassing van de leden 1 en 2 van art. 38 Fb (art. 42 leden 1 en 2 Fw dus). Art. 38 lid 1 Fb bepaalt, voor zover van belang, dat de curator ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht, en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring kan vernietigen. Art. 38 lid 2 Fb houdt in dat een meerzijdige rechtshandeling, anders dan om niet, wegens benadeling slechts kan worden vernietigd, indien ook degenen met wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. De stelplicht en bewijslast dat aan de hiermee gestelde vereisten is voldaan, rusten in beginsel bij de curator, zoals volgt uit de bijzondere (in deze zaak niet van toepassing zijnde) bewijsvermoedens van art. 39 Fb (dat overeenkomt met het meer uitvoerige art. 43 Fw) en de hoofdregel van art. 129 RvSM (dat gelijk is aan art. 150 Rv NL), en overigens ook zonder meer voor de hand ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc, en de alinea staat in dat document op bytes 36863 tot 38100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45c7fa993d71225baee62a6393634577af558b748b5dad36ca6ffcae6f2b88bc | shasum -a 256